3 DECEMBER 2009
"Ik heb het gevoel dat iedereen mij mijdt", zei hij toen hij zichzelf
nog een kopje thee inschonk.
Zijn oude handen staken af van het kleurrijke Indische kopje.
Handen die makkelijk tot een zestigjarige hadden kunnen behoren,
maar in dit geval waren ze van een negenenveertigjarige.
"Ik heb geprobeerd."
"Ik ben zelfs nog bij een club voor alleenstaanden geweest."
"Maar 11 maanden geleden heeft mijn laatste vriendin mij verlaten, en
niet veel later is mijn hond gestorven."
"Ik heb een nieuwe gekocht, maar die loopt altijd weg als je hem
probeert op te pakken."
Hij zuchtte.
"Het is altijd ik die verlaten word, nooit andersom."
"Maar ik ben graag alleen", gooide hij er nog achter om zijn trots te
beschermen.
Hij woonde in een oude arbeiderswoning.
Een woning die bestond uit 4 kamers:
een gelijkvloers, een eerste verdieping, een niet geïsoleerde zolderkamer,
en buiten een WC, die hij enkel kon doorspoelen met emmers regenwater.
'Ik denk zelfs dat jij mij raar vindt.", ging hij zijn beklag verder.
Graag zou ik ontkennen dat dit waar was maar ik had mezelf de dag
ervoor enkele maal betrapt op exact deze gedachte:
Een eerste keer toen hij me vertelden dat hij in heel zijn leven maar
twee jaar gewerkt had.
een tweede maal toen hij me probeerde te overtuigen dat tijd enkel
bestond omdat de wereld draaide,
tenslotte een derde maal toen hij vroeg of ik geen fles moest hebben
uit zijn kamer,
indien ik 's nachts naar het WC moest.
Ik had ook 's nachts naar buiten kunnen gaan, maar dan moest ik daar
raken vanuit de zolderkamer,
zonder hem wakker te maken als ik de ladderachtige trappen afklom,
trappen die levensgevaarlijk waren omdat ze ook dienst deden als rek
voor allerhande spulletjes.
Ik bedankte hem voor het aanbod, maar weigerde het, net als het kopje
thee voor het slapengaan.
Dus ja, ik vond dat hij rare trekken had.
Mea culpa,
maar nu zat er er een eenzame man voor mij die vertelde dat hij niet
wist wat hij met kerstmis ging doen.
Dit gevoel van triestheid maakte hem even normaal als eender wie.
Ik vroeg of hij dan geen familie had.
'twee zussen", antwoordde hij, "maar de telefoon weegt loodzwaar."
"Ze spreken ook over dingen die mij helemaal niet interesseren", zette
hij zijn verdediging verder.
De vele 'new age'-achtige boeken op zijn rekken deden vermoeden dat
hij al langer op zoek was,
maar tijdens zijn zoektocht bepaalde dingen vergeten was,
dingen die belangrijk zijn.
Ik dacht hierbij terug aan een huisvader die ik een week ervoor ontmoet had.
Hij kwam pas laat thuis toen zijn kinderen reeds in het bed lagen.
Dit kwam omdat hij net een autorit van 4 uur achter de rug had na zijn
werk in Nederland.
Ik vertelde hem over kort na zijn aankomst over een boekje dat ik bijhield:
Het boekje met de wijze raad.
Een klein boekje waarin ik alle mensen die mij ontvangen een wijze
raad laat schrijven.
Meestal wordt deze opdracht onthaald met een diepe zucht en een bijpassende zin:
"Dat is eerder iets voor mijn man/ vrouw."
Maar deze brave huisvader zei dadelijk: " Ik weet al iets".
Hij deed mysterieus en zei dat het te maken had met zijn lange rit naar huis.
De volgende dag las ik het volgende:
"Goeie raad volgt die uit minder goeie ervaringen?
Plichtsbewustzijn is een slecht raadgever.
Volg je gevoel en zet de mensen uit je directe omgeving op de eerste plaats,
ze verdienen het,
en het is nodig."
Dit bericht bleef door mijn hoofd spoken,
tijdens mijn fietstochten,
maar ook nu.
"Ik ben een moeilijk mens", ging hij verder, terwijl ik mijn spullen
bij elkaar zocht.
"Ik heb geen slechte band met mijn zussen..."
"...maar ook geen goede."
Ik zette me op mijn fiets en drukte hem een laatste keer de hand,
en sprak hem bemoedigend toe:
"bel je zussen, en regel iets voor kerstmis. Het is nodig." |