6 NOVEMBER 2009 (De Haan)
Ik hoor ze het nog zo zeggen.
"Neemt ge geen dikkere jas mee? Weet ge wel niet hoe koud dat het gaat worden?"
Mijn voeten waren gedurende de voorbije uren getransformeerd tot 2 ijsklompen.
"en die schoenen die zijn toch veel te versleten"
Ja, soms had ze wel een punt, die moeder van me.
Omwille van een organisatorisch probleempje moest ik vandaag 52,4 mijl fietsen.
(Mijn GPS is brits vandaar de mijlen, maar dat is ongeveer zo'n 80 kilometer.)
Ik verschoot ervan hoe neurotisch ik was vooraleer ik vertrok.
Veel mensen hadden hulp aangeboden.
Familie
Vrienden
Zelfs vriendelijke Eddie uit de bruine kroeg uit Ruddervoorde wilde
mij een eindje voeren in zijn wagen
"En niemand die het hoeft te weten", knipoogde hij vriendelijk.
Maar ik sloeg alle hulp af.
Het moest echt blijven in mijn hoofd.
Zolang het menselijk mogelijk was, dan zou ik het doen.
zonder water
zonder eten
Dat soort neurotische trekjes vervloek ik van mezelf.
zeker naarmate de wind sterker werd
en hij voor de zoveelste keer de aanval van de rode bladeren inzette.
Een maand lang hadden ze intimiderend in de bomen gehangen, wachtend
op een moment van zwakte.
Het lukte me aardig om ze van me af te slaan tot de miezerige regen
evolueerde tot een echte plensbui.
Het noodplan voor dat soort situaties is de zoektocht naar een bushokje.
Als je ze niet nodig hebt zie je ze overal, maar nu duurde het even
vooraleer ik er een gevonden had.
De meters telde op.
Best een eng moment,
als je weet dat je gitaarzak, die op je rug hangt, niet waterdicht is,
langzaam met water verzadigd wordt.
Je probeert hader te trappen, maar je zompige natte broek belemmert je
bewegingsvrijheid.
Daarbij kwam nog de constante tegenwind.
Deze strafte me extra hard af omdat ik geen aerodynamische fietszakken had.
Eindelijk vond ik een bushokje!
Ik zette mijn fiets eronder,
maar vooraleer ik zelf even ging uitrusten
stapte ik terug de regen in
keek ik omhoog naar de grijze lucht
en opende mijn mond.
"water!"
Dit tafereel moet er vreselijk idioot hebben uitgezien voor omstaanders,
maar dat was het minste van mijn zorgen.
Ja, soms hebben ze gelijk, die moeders.
Toen ik nadien verder reed, begon ik last te krijgen van vermoeidheid
en spierpijn.
Ik was niet meer de zeer bewuste fietser van ervoor.
Ik verloor mijn gedachten soms aan fantasieën van voedsel, warmte en droogte.
Best gevaarlijk met al die extra auto's op de baan omwille van de staking.
Ik herinner me nog vrij weinig van het laatste kwart van mijn tocht,
enkel dat ik niet meer wilde pauzeren.
Ik wilde er voor het donker zijn.
Als dit me niet lukte moest ik mijn dynamo inschakelen
en de gedachte aan die extra weerstand was er op dat moment zelfs teveel aan.
Na 7 uur onderweg te zijn, kwam ik eindelijk aan.
Ik denk dat ik verre van de ideale gast was.
Hongerig.
Moe.
Koud.
Bezweet.
Gelukkig hadden ze geen werkjes voorzien.
Voor ik vertrok was het niet erg duidelijk wie gelijk had.
Maar tijdens mijn fietstocht had ik mijn ongelijk moeten toegeven.
Maar nu,
nu ik ben aangekomen,
warm,
gewassen,
gegeten,
denk ik niet dat ik de volgende keer minder neurotische beslissingen ga nemen.
Want ook al had ze gelijk tijdens mijn tocht,
nadien waren de rollen omgedraaid.
Ik ben blij dat ik het op mijn domme manier gedaan heb.
Vandaag heb ik geleefd.
En daar was het tenslotte toch om te doen.
7 uur weegt niet op tegen al de tijd die erna komt.
Lang leve de neuroten! |